Je denkt aan een beweging
Bijvoorbeeld: “Ik wil rechtstaan.”
Auteur • Spreker • FNS-voorvechter
Van breken naar herleven
Hoop • verbinding • Veerkracht
Voor kinderen van ongeveer 9 tot 12 jaar
Misschien doet jouw lichaam soms dingen die je niet zelf kiest.
Misschien lukt stappen, praten, bewegen of wakker blijven soms moeilijk. Misschien krijg je aanvallen of ben je veel sneller moe dan andere kinderen.
Dat kan eng, verwarrend of oneerlijk voelen. Op deze pagina leggen we rustig uit wat FNS kan betekenen.
Lees rustig verderStap voor stap uitgelegd
FNS betekent: Functionele Neurologische Stoornis.
Je hersenen en je lichaam werken de hele dag samen. Je hersenen sturen berichtjes naar je benen, armen, stem, ogen en de rest van je lichaam.
Bij FNS raken sommige van die berichtjes tijdelijk in de war. Daardoor kan je lichaam iets anders doen dan jij wilt.
Je benen willen misschien wel stappen, maar het lukt niet. Je wilt misschien praten, maar je stem of woorden komen niet goed.
Je lichaam is niet kapot. De samenwerking tussen je hersenen en je lichaam loopt soms vast.
Hoe kun je dat voorstellen?
De hele dag worden er berichtjes verstuurd.
Bijvoorbeeld: “Ik wil rechtstaan.”
Het bericht gaat naar je spieren en je benen.
Het bericht komt niet goed, te laat of onduidelijk aan.
Rechtstaan of bewegen lukt dan misschien even niet.
FNS ziet er niet bij iedereen hetzelfde uit
Misschien herken je één van deze klachten. Misschien herken je er meerdere. Dat verschilt bij ieder kind.
Stappen, staan of een arm of been bewegen kan tijdelijk moeilijk zijn.
Een lichaamsdeel kan bewegen zonder dat jij dat zelf kiest.
Woorden kunnen moeilijk komen, je stem kan veranderen of wegvallen.
Je kunt wazig, dubbel of tijdelijk minder goed zien.
Je lichaam kan schokken, verstijven, slap worden of even niet reageren.
Je lichaam kan veel meer energie gebruiken voor gewone dagelijkse dingen.
Staan of lopen kan wiebelig en onzeker voelen.
Wat gisteren lukte, kan vandaag moeilijker zijn.
Een belangrijke vraag
Ja.
De klachten bij FNS zijn echt. Je verzint ze niet en je doet ze niet expres.
Soms zien artsen op een scan geen beschadiging. Dat betekent niet dat er niets aan de hand is.
Bij FNS zit het probleem vooral in hoe de hersenen en het lichaam samenwerken.
Functionele of PNEA-aanvallen
Sommige kinderen met FNS krijgen aanvallen.
Tijdens zo’n aanval kan je lichaam schokken, verstijven, slap worden of tijdelijk niet reageren.
Je kiest dit niet zelf. Je kunt een aanval ook niet gewoon stoppen omdat iemand dat vraagt.
Een aanval kan heel vermoeiend zijn. Daarna kun je rust, stilte of tijd nodig hebben.
FNS en school
FNS kan ervoor zorgen dat school meer energie kost dan vroeger.
Misschien lukt een hele schooldag niet of heb je tussendoor rust nodig.
Misschien trilt je hand, heb je minder kracht of kost schrijven veel energie.
Een lift, extra tijd of een lokaal dichtbij kan helpen.
Pijn, vermoeidheid en prikkels kunnen het moeilijker maken om op te letten.
Aanpassingen zijn geen voordeel. Ze zorgen ervoor dat jij op een eerlijke en veilige manier kunt blijven meedoen.
Vrienden en klasgenoten
Je hoeft niet alles te vertellen. Jij mag zelf kiezen welke informatie je met anderen deelt.
Soms kan een korte uitleg al genoeg zijn.
“Mijn hersenen en lichaam werken soms niet goed samen.”
“Daardoor kan bewegen of praten tijdelijk moeilijk worden.”
“Ik doe dit niet expres.”
“Soms heb ik hulp of rust nodig.”
Op moeilijke momenten
Niet alles helpt voor ieder kind. Samen met vertrouwde volwassenen kun je ontdekken wat bij jou past.
Een rustige ruimte, minder licht en minder geluid.
Wacht niet altijd tot je lichaam helemaal uitgeput is.
Een volwassene kan beter helpen wanneer die weet wat er gebeurt.
Langzamer gaan betekent niet dat je niet vooruitgaat.
Je hoeft niet alles alleen te kunnen.
Een plan voor school of aanvallen kan veiligheid geven.
Als vandaag niet lukt
Misschien kon je gisteren meer dan vandaag. Dat kan frustrerend of verdrietig zijn.
Maar herstel en vooruitgang gaan niet altijd in een rechte lijn.
Soms betekent goed voor jezelf zorgen dat je iets probeert. Soms betekent het dat je op tijd stopt.
“Vandaag minder kunnen maakt jou niet minder sterk.”
Vertel het altijd aan een volwassene
Niet iedere klacht komt automatisch door FNS.
Vertel het aan een ouder, verzorger, leerkracht of andere vertrouwde volwassene wanneer je nieuwe klachten krijgt, hard bent gevallen, veel pijn hebt of je je zorgen maakt.
Bij twijfel mag een volwassene altijd een arts om advies vragen.
Onthoud dit
FNS is iets waarmee je te maken hebt. Het bepaalt niet wie jij bent.
Jij hebt nog steeds jouw talenten, dromen, humor, interesses en karakter.
Je hoeft niet alles vandaag te begrijpen of op te lossen.
Je mag stap voor stap leren wat jouw lichaam nodig heeft.